Fiscale tips.

(Kerst-)geschenken

Over schenkingen aan personeel dient loonbelasting en sociale premies te worden ingehouden en afgedragen. Tot een maximaal bedrag van € 70,- (incl. BTW) per jaar kan voor wat betreft het geschenk / kerstpakket voor het personeel worden volstaan met 20% eindheffing, af te dragen door de werkgever. Zodra het kerstgeschenk een waarde vertegenwoordigd van meer dan € 70,- (maar maximaal € 136,-) dient over het volledige bedrag het gebruteerde tabeltarief eindheffing (max. 75%) te worden toegepast. De waarde in het economisch verkeer van deze geschenken mag per persoon maximaal € 272,- per kalenderjaar zijn.

december 2011

Auto van de zaak

Zodra er door een werknemer minder dan 500 km per kalenderjaar privé wordt gereden met de “auto van de zaak” kan bijtelling achterwege blijven. Voor de bewijsvoering is het verstandig dat de werknemer een “verklaring geen privégebruik auto” aanvraagt bij de Belastingdienst en overhandigd aan de werkgever. Hierbij dient ter onderbouwing dan nog wel een sluitende rittenadministratie te worden bijgehouden.

Voor de bijtelling privé-gebruik wordt gewoonlijk 25% over de cataloguswaarde van de auto inclusief door de dealer aangebrachte accessoires bijgeteld. Er zijn verschillende speciale categorieën van toepassing voor auto’s met (zeer) lage CO2 uitstoot. De komende jaren zullen mede door de voortschrijdende ontwikkelingen en vernieuwingen van de auto-industrie de categorieën steeds worden aangescherpt, dit voor het eerst op 1 juli 2012. Kijk op onze website voor de actuele percentages.

Op: https://ovi.rdw.nl/ kan gezocht worden naar uitstootgegevens per voertuig. Let op dat eventuele wijzigingen in bijtelling percentages op tijd voor de eerste verloning in 2012 bij Administratie Partners bekend zijn.

december 2011

Aangifte loonheffing

Met ingang van 1 januari 2012 ontvangt u niet meer de maandelijkse mededeling loonheffing vanuit de Belastingdienst m.b.t. “Aangifte doen en betalen”. Hieromtrent heeft u vanuit de Belastingdienst ook al informatie ontvangen. Ook de acceptgiro wordt niet meer verstrekt. Uw signaleringsmoment vanuit de Belastingdienst verdwijnt dus op deze manier. Wij zullen u zoals nu ook gebeurd op tijd voorzien van het juiste te betalen bedrag en betalingskenmerk zodat dit traject ook in 2012 correct zal verlopen.

december 2011

Spaarloon- / levensloopregeling

De spaarloonregeling is ingaande 1 januari 2012 verleden tijd. Onder bepaalde voorwaarden kunt u tot aan 31 december 2011 hier nog gebruik van maken. Stem dit af met uw contactpersoon bij Administratie Partners indien u dit wilt.

Voor de levensloopregeling komt er een overgangsregeling ingaande 2013. In de voorstellen ziet deze er als volgt uit: Er geldt geen leeftijdgrens voor deelname aan de overgangsregeling. Werknemers die op 31 december 2011 tenminste € 3.000,- hebben gespaard op hun levenslooprekening, kunnen ook in 2012 en volgende jaren inleggen. Vanaf 2012 wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Tot die tijd opgebouwde kortingsrechten kunnen benut worden bij opname of bij omzetting van levensloop in vitaliteitssparen. Deelnemers met een lager saldo dan € 3.000,- op 31 december 2011 kunnen het tegoed in 2012 of in 2013 voor verlof opnemen of in 2013 onbelast doorstorten naar vitaliteitssparen. Zij kunnen niet meer verder sparen in de levensloopregeling. Een op 31 december 2013 niet benut of doorgeschoven saldo wordt aan het einde van 2013 belast. Deelnemers met € 3.000 of meer kunnen het tegoed in 2013 fiscaal geruisloos doorstorten naar vitaliteitssparen, ook als daardoor het maximum van € 20.000,- voor vitaliteitssparen overschreden wordt. Na 2013 is doorschuiven van het levenslooptegoed geruisloos mogelijk, maar dan geldt wel het maximum van € 20.000,-. Is het saldo hoger, dan moet over het meerdere belasting worden betaald onder verrekening van de opgebouwde levensloopverlofkorting.

december 2011

Lijfrentepremie

Lijfrentepremies waarvan aftrek gewenst is op de aangifte inkomstenbelasting van 2011 dienen voor 31 december 2011 betaald te zijn.

december 2011

(Kerst-)geschenken

Over schenkingen aan personeel dient loonbelasting en sociale premies te worden ingehouden en afgedragen. Tot een maximaal bedrag van € 70,- (incl. BTW) per jaar kan voor wat betreft het geschenk / kerstpakket voor het personeel worden volstaan met 20% eindheffing, af te dragen door de werkgever. Zodra het kerstgeschenk een waarde vertegenwoordigd van meer dan € 70,- dient over het volledige bedrag het gebruteerde tabeltarief eindheffing (max. 75%) te worden toegepast. De waarde in het economisch verkeer van deze geschenken mag per persoon maximaal € 272,- per kalenderjaar zijn.

december 2010

Auto van de Zaak

Zodra er door een werknemer minder dan 500 km per kalenderjaar privé wordt gereden met de “auto van de zaak” kan bijtelling achterwege blijven. Voor de bewijsvoering is het verstandig dat de werknemer een “verklaring geen privégebruik auto” aanvraagt bij de Belastingdienst en overhandigd aan de werkgever. Hierbij dient ter onderbouwing dan nog wel een sluitende rittenadministratie te worden bijgehouden.
Voor de bijtelling privé-gebruik wordt gewoonlijk 25% over de cataloguswaarde van de auto inclusief door de dealer aangebrachte accessoires bijgeteld. De volgende speciale categorieën zijn van toepassing voor auto’s met (zeer) lage CO2 uitstoot:

  • 0% bijtelling bij 0% uitstoot (volledig elektrische auto’s)
  • 14% benzine < 110 gram per kilometer, diesel < 95 gram per kilometer
  • 20% benzine < 140 gram per kilometer, diesel < 116 gram per kilometer, maar hogere uitstoot dan vermeld bij 14%
  • 25% alle overigen
Op: https://ovi.rdw.nl/ kan gezocht worden naar uitstootgegevens per voertuig. Let op dat eventuele wijzigingen in bijtelling percentages op tijd voor de eerste verloning in 2011 bij Administratie Partners bekend zijn.
december 2010

Spaarloonregeling

Werknemers die per 1 januari 2011 op de loonlijst staan kunnen voor 2011 (opnieuw) bepalen of zij willen deelnemen aan de spaarloonregeling of aan de levensloopregeling.
Let op : deelnemen aan beide regelingen tegelijkertijd is niet mogelijk

december 2010

Onbelaste onkostenvergoedingen

Voor een aantal van uw medewerkers zal het geval kunnen zijn dat er op de salarisstrook een bedrag onbelast wordt vergoed als representatie- of onkostenvergoeding. Veelal echter worden aan medewerkers met dit soort regelingen de werkelijke gemaakte onkosten ook nog eens op declaratie uit de kleine kas of via de bank vergoed. Dit gaat dan dubbel op. Om problemen hieromtrent met de Belastingdienst en Uitvoeringsinstelling te voorkomen is het verstandig voor de medewerkers waar dit voor geldt, gedurende een periode van bijvoorbeeld een halfjaar, de verstrekte vergoeding te onderbouwen met declaraties. Deze onderbouwing kan dan gebruikt worden om de rechtmatigheid van de vergoeding aan te tonen. Administratie Partners kan u hierin desgewenst begeleiden.

december 2010

Werkkostenregeling

Per 1 januari 2011 treedt de werkkostenregeling in werking. Dat betekent een ingrijpende wijziging van de systematiek van vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. De werkgever die daarvoor kiest kan nog drie jaar, dus tot en met 2013, gebruik blijven maken van de huidige regeling. Die keuze kan ieder jaar opnieuw gemaakt worden.
Over de werkkostenregeling, die feitelijk een vereenvoudiging nastreeft van de huidige regeling m.b.t. (deels) onbelaste onkostenvergoedingen is meer te lezen op onze site en in de eerder genoemde gedrukte nieuwsbrief. Wij zullen voor u beoordelen wat voor uw onderneming fiscaal gezien de meest gunstige regeling is en u hieromtrent adviseren. Houdt u wel rekening mee dat toepassing van de werkkostenregeling in de jaren 2011 t/m 2013 conflicterend kan zijn met uw arbeidsvoorwaarden. U zult in het geval u de werkkostenregeling wilt gaan toepassen bij uw bedrijf dit ook even moeten bekijken en met uw werknemers moeten communiceren.
Geef u ook Administratie Partners tijdig aan als u gebruik wil gaan maken van de werkkostenregeling. Houdt u er ook rekening mee dat uw grootboekadministratie hierop aangepast zal moeten worden.

december 2010

HT (horizontaal toezicht)

Administratie Partners is via onze brancheorganisatie de NOAB betrokken bij horizontaal toezicht. Bij horizontaal toezicht gaat het om wederzijds vertrouwen tussen belastingplichtige en Belastingdienst, het scherper naar elkaar aangeven wat ieders verantwoordelijkheden en mogelijkheden zijn om het recht te handhaven en het vastleggen en naleven van wederzijdse afspraken. In de praktijk zal dit betekenen dat alle eventuele discussiepunten m.b.t. uw fiscale aangiften vooraf door Administratie Partners met de Belastingdienst zijn besproken en vastgelegd. De dossiervorming gaat strikt conform de met de Belastingdienst afgestemde werkprogramma’s. Het voordeel van deze werkwijze is dat er in principe nooit achteraf meer discussie met de Belastingdienst kan ontstaan en dat aanslagen sneller en altijd conform aangifte worden opgelegd. Dat kan een door u gewenste werkwijze zijn. Doordat de dossiervorming en communicatie en vastlegging bij de Belastingdienst intensiever is dan gewoonlijk moet u wel rekening houden met meerkosten. Als u wilt dat wij uw onderneming aanmelden voor horizontaal toezicht, of u wilt hier meer over weten, neem dan contact op met ons op.

december 2010

Lijfrentepremie

Lijfrentepremies betaald voor 1 april 2011 kunnen – voor zover van toepassing en gewenst – nog op de aangifte inkomstenbelasting van 2010 worden verwerkt.

december 2010

(Kerst-)geschenken

Al sedert 2003 is de vrijstelling om onbelast geschenken aan personeel te verstrekken komen te vervallen. Over de schenkingen dient nu loonbelasting en sociale premies te worden ingehouden en afgedragen. Tot een maximaal bedrag van € 70,- (incl. BTW) per jaar kan voor wat betreft het geschenk / kerstpakket voor het personeel worden volstaan met 20% eindheffing, af te dragen door de werkgever. Zodra het kerstgeschenk een waarde vertegenwoordigd van meer dan € 70,- dient over het volledige bedrag het gebruteerde tabeltarief eindheffing (max. 75%) te worden toegepast. De waarde in het economisch verkeer van deze geschenken mag per persoon maximaal € 272,- per kalenderjaar zijn.

november 2008

Auto van de Zaak

In onze nieuwsbrief van 15 november 2008 hebben wij u gewezen op een tweetal mogelijkheden voor de werknemer om te bewijzen dat er minder dan 500 km per kalenderjaar privé wordt gereden met de “auto van de zaak” zodat bijtelling achterwege kan blijven. Dat bewijs kan de werknemer leveren met een gedetailleerde rittenadministratie. Ook de “verklaring geen privé-gebruik auto” welke bij de Belastingdienst aangevraagd kan worden maakt zodra overhandigd aan de werkgever bijtelling overbodig. Hierbij dient volledigheidshalve dan nog wel opgemerkt te worden dat de werknemer ook in dit geval een sluitende rittenadministratie moet bijhouden. Voor de bijtelling privé-gebruik wordt gewoonlijk 25% over de cataloguswaarde van de auto inclusief door de dealer aangebrachte accessoires bijgeteld. Voor een speciale categorie auto’s met zeer lage CO2 uitstoot is hiervoor in 2008 een categorie gekomen waarbij een tarief van 14% van toepassing is. In 2009 komt daar nog een derde tussencategorie bij waarbij 20% bijgeteld moet gaan worden. Onderstaande staffel is van toepassing:

  • 14% benzine < 110 gram per kilometer, diesel < 95 gram per kilometer
  • 20% benzine < 140 gram per kilometer, diesel < 116 gram per kilometer, maar hogere uitstoot dan vermeld bij 14%
  • 25% alle overigen
Via onderstaande link kan gezocht worden naar uitstootgegevens per voertuig:
https://www.rdw.nl/Ovi/Paginas/
november 2008

Spaarloonregeling

Werknemers die per 1 januari 2009 op de loonlijst staan kunnen voor 2009 (opnieuw) bepalen of zij willen deelnemen aan de spaarloonregeling of aan de levensloopregeling. Let op : deelnemen aan beide regelingen tegelijkertijd is niet mogelijk.

november 2008

Onbelaste onkostenvergoedingen

Voor een aantal van uw medewerkers zal het geval kunnen zijn dat er op de salarisstrook een bedrag onbelast wordt vergoed als representatie- of onkostenvergoeding. Veelal echter worden aan medewerkers met dit soort regelingen de werkelijke gemaakte onkosten ook nog eens op declaratie uit de kleine kas of via de bank vergoed. Dit gaat dan dubbel op. Om problemen hieromtrent met de Belastingdienst en Uitvoeringsinstelling te voorkomen is het verstandig voor de medewerkers waar dit voor geldt, gedurende een periode van bijvoorbeeld een halfjaar, de verstrekte vergoeding te onderbouwen met declaraties. Deze onderbouwing kan dan gebruikt worden om de rechtmatigheid van de vergoeding aan te tonen. Administratie Partners kan u hierin desgewenst begeleiden.

november 2008

Loonheffing DGA 2008

De DGA die als enig werknemer in de B.V. wordt verloond blijft toch gewoon onder de loonheffing vallen. Het invoeren van de wijziging hieromtrent per 1 januari 2008 zou teveel praktische bezwaren gaan opleveren. Zoals het zich nu laat aanzien zal dit wel per 1 januari 2009 gaan gebeuren, hoewel ook is aangekondigd dat de situatie rondom de DGA wellicht nog breder zal worden bekeken.

november 2007

Dividendbelasting 2007

DGA’s genieten in 2007 een éénmalige belastingverlaging voor wat betreft voordeel behaald uit aanmerkelijk belang. De eerste € 250.000,- inkomsten worden belast tegen een tarief van 22% (in plaats van 25%). Voor fiscale partners geldt dat dit voordeel zelfs twee maal genoten kan worden zodat het netto voordeel bij fiscaal partnerschap maximaal kan oplopen tot € 15.000,- netto.

november 2007

Pensioenwet en DGA 2008

In de nieuwe pensioenwet welke ingaat op 1 januari 2008 wordt de DGA niet meer gezien als werknemer. Dit betekent dat na deze datum DGA’s hun eerder extern opgebouwde pensioen niet meer mogen overhevelen naar eigen beheer. Mocht dit wel gewenst zijn dan is het zaak om dit voor 1 januari 2008 te laten aanpassen zodanig dat uw pensioenregeling via de huidige verzekeraar buiten de pensioenwet gaat vallen.

november 2007

Pensioenwet 2008

Een aantal dingen gaan veranderen ingaande 1 januari 2008. Eén van de meest opvallende is dat met de invoering van de pensioenwet een maximale toetredingsleeftijd van 21 jaar geldt. Iedereen die 21 jaar of ouder is kan nu meedoen aan de pensioenregeling. Een latere toetredingsleeftijd zoals de tot nu toe gebruikelijke 25 jaar mag niet meer overeengekomen worden. Bestaande pensioenregelingen dienen voor de jaarwisseling hierop aangepast te zijn. Het is niet nodig om een toezegging te doen voor terugwerkende kracht voor deelnemers tussen 21 en 25 jaar. Men gaat deelnemen vanaf het moment van aanpassing.

november 2007

Flexibele BV (Flex BV)

Waarschijnlijk in de tweede helft van 2008 wordt het gemakkelijker om een B.V. op te richten in de vorm van een Flexibele B.V. (Flex B.V.). De regels voor deze rechtsvorm worden vereenvoudigd ten opzichte van de huidige wetgeving en onnodige belemmeringen in bestaande regelgeving worden weggenomen. Belangrijk is de afschaffing van het minimumkapitaal van € 18.000 als startkapitaal.

november 2007

Vennootschapsbelasting 2007

Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt aangepast:

In 2006 was het:
TariefBelastbaar bedrag
25,5%t/m € 22.689
29,6%vanaf € 22.689
  
In 2007 wordt het:
TariefBelastbaar bedrag
20,0%t/m € 25.000
23,5%vanaf € 25.001 t/m € 60.000
25,5%vanaf € 60.000

Verliesverrekening voor de vennootschapsbelasting wordt beperkt: Op dit moment is het mogelijk om winsten van voorafgaande jaren gedurende drie jaar te verrekenen met geleden verliezen. Deze carry back verrekening wordt naar 1 jaar teruggebracht. Op dit moment kunt daarnaast onbeperkt uw verliezen verrekenen met toekomstige winsten. Deze carry forward verrekend zal beperkt worden tot negen jaar.

november 2006

DGA Compensatie ziektekostenverzekering

DGA's genieten in 2007 een éénmalige belastingverlaging voor wat betreft voordeel behaald uit aanmerkelijk belang. De eerste € 250.000,- inkomsten worden belast tegen een tarief van 22% (in plaats van 25%). Met dit eenmalig belastingvoordeel wil het kabinet de hogere inkomensafhankelijke bijdrage aan de ziektekostenverzekering ten opzichte van zelfstandigen (6,5% tov 4,4%) voor de DGA compenseren. In 2008, zo is de bedoeling, zal de inkomensafhankelijke bijdrage voor de DGA ook naar 4,4% gaan.

november 2006

Inkomstenbelasting 2007

De grootste wijziging in de inkomstenbelasting 2007 is dat er voor ondernemers een MKB-winstvrijstelling van 10% komt. Deze vrijstelling geldt alleen voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium (1.225 uur). De vrijstelling wordt berekend over de winst uit onderneming na aftrek van de ondernemersaftrek. Wanneer je als IB-ondernemer voldoet aan het urencriterium wordt het toptarief op deze manier maximaal 46,8 % voor degene die niet voldoen aan het urencriterium blijft het toptarief maximaal 52%.

Ook de verliesverrekening (box 1) voor de IB-ondernemer wordt beperkt. Carry back blijft 3 jaar en Carry forward wordt 9 jaar (was onbeperkt). De overgangsmaatregel voor de verliesverrekening is als volgt: alle op 1-1-2003 bestaande verliezen zijn nog 9 jaar verrekenbaar tot uiterlijk 2012. Verliezen t/m 2002 zijn dus verrekenbaar t/m 2011.

november 2006

Afschrijvingsmethodiek

De minimale afschrijvingstermijn wordt 5 jaar. Dit zal gelden voor alle bedrijfsmiddelen. De afschrijvingstermijn van goodwill gaat naar 10 jaar (was 5 jaar). Deze herziene afschrijvingstermijnen gelden ook voor activa die op 1 januari 2007 al aanwezig zijn. Dat betekent waarschijnlijk dat uw afschrijvingsstaat moet worden herrekend. Voor zover wij deze al niet voor u onderhouden kunt u desgewenst hiervoor contact met ons opnemen.

In geval van onroerend goed geldt dat de afschrijving zal worden beperkt tot zo ver is afgeschreven dat de bodemwaarde is bereikt. Voor de bepaling van de bodemwaarde dient de WOZ-waarde gebruikt te worden. De bodemwaarde voor een gebouw in eigen gebruik is 50% van de WOZ-waarde. Bij een verhuurd gebouw is de bodemwaarde 100% van de WOZ-waarde.

november 2006

Onderhanden Werken waardering

Voor de waardering van Onderhanden Werken wordt momenteel vaak de methodiek gebruikt om uitsluitend een correctie op de kosten te maken en winsten pas te nemen bij oplevering. Ingaande het eind van het 1e boekjaar dat is aangevangen op of na 1 januari 2007 moet de winstneming pro rata plaatsvinden. Het is wel weer mogelijk om een voorziening te vormen voor het geactiveerde onderhanden werk.

november 2006

Zelfstandigenaftrek 65+

Tot 2007 mocht de zelfstandigenaftrek alleen toegepast worden door ondernemers die jonger zijn dan 65 jaar. Vanaf 2007 krijgen ook 65-plus-zelfstandigen de aftrek, zij het voor 50%. Deze beperking is omdat er vanaf het 65e levensjaar ook recht op aow bestaat. Daardoor is de financiële ruimte voor investeren in de onderneming toch al wat groter.

november 2006

Subsidie stagiairs

Met terugwerkende kracht, vanaf 1 januari 2006, worden subsidieregelingen voor vmbo- en mbo- stagiairs verruimd. Als aan de hiervoor gestelde voorwaarden wordt voldaan kan voor een stagiair afkomstig van de beroepspaktijkvorming beroepsbegeleidende leerweg (BBL, voorheen leerlingwezen) een subsidie worden verkregen van € 2.500,- per jaar. Voor een stagiair afkomstig van een beroepsopleidende leerweg (BOL) op mbo-1 en mbo-2 niveau kan een subsidie worden verkregen van € 1.200,- per jaar. Voor stagiairs afkomstig uit het 3e of 4e leerjaar van het vmbo is het maximale subsidiebedrag vastgesteld op € 2.500,- per jaar. De subsidie is gebaseerd op een stage van ten minste 36 uur per week gedurende een heel jaar. Wordt er minder uur per week stage gelopen of niet gedurende het gehele jaar, dan moet het subsidie bedrag tijdsevenredig worden verminderd.

november 2006

Pensioenwet 2007

Ingaande 1 januari 2007 wordt de nu geldende pensioen- en spaarfondsenwet vervangen door de pensioenwet. Hierin veranderen een aantal zaken voor zowel werkgever alsook voor de werknemer. De werkgever moet een nieuwe werknemer bijvoorbeeld tijdig informeren dat er sprake is van een pensioenregeling en moet binnen een maand na indiensttreding een aanbod doen. Al vanaf de 21-jarige leeftijd komt een werknemer in aanmerking voor pensioen. De wachtperiode (periode dat een pensioen nog niet geldt) mag maximaal 2 maanden zijn. Omdat de pensioenuitvoerders pas in de loop van 2007 hun administraties op orde zullen hebben, geldt dat de invoering van deelneming op 21-jarige leeftijd nog een uitstel van een jaar heeft. Voor personen die vanaf dat moment gaan deelnemen geldt dat er geen terugwerkende kracht is tot aan de 21-jarige leeftijd.

november 2006

Paarse krokodil

De Tweede Kamer heeft dit wetsvoorstel inmiddels aangenomen. De bedoeling van dit wetsvoorstel is een stukje vereenvoudiging en vermindering van irritatiepunten van werkgevers in de loonsfeer. Een aantal zaken die ingaande 1 januari 2007 hiermee veranderen zijn;

  • Geschenken: Er komt één regeling voor geschenken. Over één of meerdere geschenken in natura tot 70 euro per kalenderjaar vindt eindheffing plaats tegen een vast tarief van 20%. Er worden geen voorwaarden meer gesteld aan de gelegenheid waarbij de geschenken moeten worden gegeven;
  • Maaltijden: De zogenoemde 80-maaltijdenregeling vervalt. Alle meer dan bijkomstig zakelijke maaltijden kunnen onbelast worden vergoed of verstrekt. De normbijtellingen voor deze maaltijden boven de 80 keer per jaar vervallen;
  • Vergoedingen en verstrekkingen ter zake van personeelsfeesten, personeelsreizen en personeelsverenigingen: Vergoedingen en verstrekkingen ter zake van personeelsfeesten, personeelsreizen en personeelsverenigingen worden geheel vrijgesteld indien driekwart van de werknemers of driekwart van de werknemers van een functionele eenheid recht hebben op deze vergoeding of verstrekking en indien niet alleen de directeur(en)-grootaandeelhouder(s) recht heeft/hebben op de vergoeding of verstrekking. Deze regeling is ook van toepassing voor aanhang van werknemers;
  • Telefoon, de tweede telefoon, kabel/ADSL en ISDN: De huidige regelingen voor de telefoon, de tweede telefoon, kabel/ADSL en ISDN worden vervangen door één eenvoudige regeling. De vergoedingen en verstrekkingen voor telefoons of internet worden vrijgesteld als sprake is van meer dan bijkomstig zakelijk gebruik;
  • Vaste reiskostenvergoedingen: De vaste onbelaste reiskostenvergoedingen worden verruimd. Aan werknemers die hoofdzakelijk (dat is 70% of meer) op een vaste plaats werken, kan een vaste onbelaste reiskostenvergoeding worden betaald alsof zij het volledige jaar op die plaats werken;
  • De loonbelastingverklaring (bij indiensttreding) vervalt;
  • Fietsregeling: Afschaffing van de bijtelling van 68 euro die nu bij toepassing van de fietsregeling moet plaatsvinden;
  • Bedrijfsfitness: Sporten op basis van een bedrijfsfitnessregeling wordt mogelijk buiten werktijd en onder voorwaarden buiten het bedrijf.
november 2006

De nieuwe zorgverzekering.

Op 1 januari 2006 gaat het zorgstelsel veranderen. De belangrijkste wijziging is dat het verschil tussen ziekenfonds en particulier verdwijnt, en er straks een zorgverzekering is voor iedereen. Deze zorgverzekering kent een wettelijk vastgelegd basispakket wat overeenkomt met het nu huidige ziekenfondspakket. Daarnaast kan desgewenst men zich aanvullend verzekeren. Een ieder is vrij om te kiezen bij welke zorgverzekeraar deze verzekering af te sluiten. De zorgverzekeraars zijn verplicht iedereen voor de zorgverzekering te accepteren en er mag geen onderscheid gemaakt worden in premies voor ouderen of zieke mensen. Bij aanvullende verzekering geldt dat de verzekeraars tot 1 maart zonder selectie naar leeftijd, risico of geslacht moeten accepteren.

Iedereen vanaf de leeftijd van 18 jaar betaald een nominale premie aan de zorgverzekeraar. Kinderen tot 18 jaar zijn geen premies verschuldigd. Naast de nominale premie is een inkomensafhankelijke bijdrage van 6,25% van het inkomen verschuldigd. Deze bijdrage wordt door de werkgever betaald via een afdracht aan de Belastingdienst. Tevens kunnen verzekerden een bedrag ad € 255,= terugkrijgen mits er geen zorgkosten worden gemaakt. Indien er wel zorgkosten zijn gemaakt, maar minder dan € 255,=, dan ontvangt men het verschil na afloop van het kalenderjaar terug. Kosten voor huisarts, verloskundigenzorg en kraamzorg tellen niet mee.

oktober 2005

De zorgtoeslag

Om lage inkomens te compenseren komt er een zorgtoeslag. Dit is een tegemoetkoming in de premie die door de Belastingdienst wordt vergoed. Deze zorgtoeslag is afhankelijk van de persoonlijke situatie en het inkomen. Als iemand in aanmerking komt voor zorgtoeslag dan ontvangt hij/zij een aanvraagformulier van de Belastingdienst.

Voorwaarden voor zorgtoeslag: u bent 18 jaar of ouder u heeft een zorgverzekering volgens de nieuwe zorgverzekeringswet uw inkomen is niet te hoog. Als u geen toeslagpartner heeft max. € 25.000,=. Als u wel een toeslagpartner heeft gezamenlijk max. € 40.000,= is het gezamenlijk inkomen lager dan € 17.500,=, dan krijgt u waarschijnlijk de maximale zorgtoeslag.

Bent u te laat met het inleveren van uw aanvraag zorgtoeslag, dan kunt u de zorgtoeslag alsnog aanvragen via de Inkomstenbelasting 2006. Belangrijk is dan wel dat deze aangifte IB ingeleverd moet zijn voor 1 april 2007. Voor meer informatie kunt naar www.denieuwezorgverzekering.nl gaan.

oktober 2005

Levensloopregeling.

Met ingang van 1 januari 2006 krijgen werknemers de mogelijkheid om gebruik te maken van een levensloopregeling. Hiermee kan gespaard worden om een periode van verlof te financieren. Per jaar mag maximaal 12% van het brutoloon dat u in dat jaar heeft verdient, sparen. In totaal mag u sparen tot maximaal 210% van uw bruto jaarloon.
In principe kunnen alle werknemers die in Nederland werken gebruikmaken van de levensloopregeling.
Bent u op 31 december 2005, 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan valt u onder de overgangsregeling. Voor u vervalt dan de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling per jaar niet meer dan 12% van het brutoloon van dat jaar gespaard mag worden. U mag dus meer sparen.
Zo kunt u de toegestane maximale bedrag in een kortere periode bij elkaar sparen. Het maximale bedrag is op 210% van het laatstverdiende brutoloon. Bent u op 31 december 2005 56 jaar of ouder, dan kunt u indien u geen VUT- of prepensioenregeling heeft, het reguliere percentage van 12% sparen. De levensloopaanbieder wordt uiteindelijk gekozen door de werknemer, werkgever kan wel een voorstel doen. Werknemer is niet verplicht daar aan mee te doen.

Vanaf 1 januari 2006 kunt u, als werknemer, jaarlijks kiezen aan welke regeling u wilt deelnemen; spaarloon- of levensloopregeling. U kunt niet gelijktijdig aan beide regelingen deelnemen en geld inleggen. Wel kunt u in een kalenderjaar uit beide regelingen geld opnemen (? Spaarloon moet nog steeds voor 4 jaar vast staan en dan valt het geheel vrij). Het tegoed van de levensloopregeling mag alleen worden gebruikt om verlof te financieren.

Mocht u destijds gespaard hebben voor de verlofspaarregeling, dan zal het tegoed op de verlofspaarregeling worden aangemerkt als zijnde gespaarde levenslooptegoeden.
Vanaf 1 januari 2006 kan dus niet meer worden gespaard voor de verlofspaarregeling.

Voor werkgevers betekent de regeling onder meer het volgende:
U maakt (maandelijks) een bedrag over aan de levensloopaanbieder (verzekeraar, bank, etc.).
U houdt dit in op het brutosalaris van de werknemer.
U houdt in de gaten dat de werknemer jaarlijks kiest tussen of levensloop of spaarloon (niet beiden).
U bewaakt de fiscale ruimte van de werknemer voor levensloop. Er mag 12% belastingvrij per jaar worden gespaard, tot een maximum van 210% van het bruto jaarsalaris.
De levensloopaanbieder keert het levensloopbedrag uit aan de werkgever bij opname.
U houdt de heffingskorting bij en verwerkt dit. De werknemer blijft tijdens het verlof in dienst bij u.

De levensloopkorting loopt via de werkgever. U vermeld het bedrag van de levensloopkorting op de jaaropgave van de werknemer. De werknemer neemt dit mee in de aangifte Inkomstenbelasting.
Wanneer je als werkgever besluit om de werknemer die mee doet aan de levensloopregeling een bijdrage te geven, betekent dit wel dat ook de niet deelnemende werknemers deze bijdrage bij zijn/haar salaris moet krijgen.

Levensloop regeling is voor werkgever ongeveer 10% goedkoper dan spaarloon. Spaarloon heffing is 25%, levensloop alleen sociale premies van ongeveer 15%

oktober 2005

Auto van de zaak met ingang van 1 januari 2006 loon.

Voorheen werd de bijtelling over de auto van de zaak via de Inkomstenbelasting direct tussen de Belastingdienst en de werknemer geregeld. Ingaande 1 januari 2006 komt hierin verandering. Vanaf die datum valt de auto van de zaak onder de loonbelasting en niet langer onder de Inkomstenbelasting.
Dit betekent dat de kenteken(s) van de auto(s) dienen te worden geregistreerd in de loonadministratie. Over de bijtelling van de auto(s) wordt periodiek loonheffing en premies werknemersverzekeringen geheven en afgedragen. Dit betekend voor de werknemer, omdat hierover loonheffing moet worden ingehouden, het nettoloon lager wordt.

Bij de werkgever komt (vooralsnog) de bewijslast te liggen voor wat betreft het aantal gereden prive-kilometers. Als dit op jaarbasis aantoonbaar, middels een sluitende kilometer-administratie, minder dan 500 kilometer bedraagt, dan kan bijtelling achterwege blijven. Zo niet, dan geldt een bijtelling van 22% over de cataloguswaarde van de auto.Werknemer kan bij de belastingdienst aangeven dat hij < 500 km privé rijdt op jaarbasis. Dan krijgt de werkgever hiervan een verklaring en is hij ook niet meer verantwoordelijk hiervoor.

oktober 2005

WAO verdwijnt, WIA verschijnt (Wet Werk in Inkomen naar Arbeidsvermogen).

De huidige WAO richt zich op wat de werknemer niet meer kan, en de WIA richt zich op wat de werknemer nog wel kan. De nieuwe wet moet er voor zorgen dat werkgevers en werknemers zich inzetten om gedeeltelijke arbeidsongeschikten zoveel mogelijk aan het werk te houden/krijgen. Voor diegenen die echt niet meer kunnen werken, genieten inkomensbescherming. Deze wet wordt gesplitst in Regeling werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsgeschikten (WGA), en Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). De huidige WAO blijft gelden voor mensen die voor invoering van de WIA al een WAO-uitkering ontvingen.

Nog even in het kort de oude WAO-regeling. Sinds 1 januari 2004 dient u het loon van een zieke werknemer twee jaar lang door te betalen. Voor beide jaren minimaal 70% van het laatstverdiende loon, met in het eerste ziektejaar het wettelijk minimumloon als ondergrens. Tevens was ook vastgelegd dat over die twee jaar in totaal niet meer dan 170% van het laatstverdiende loon wordt betaald. Aan het einde van het tweede jaar bepaalt het UWV of beide partijen er alles aan hebben gedaan om de zieke werknemer weer aan de slag te houden/krijgen. Is dit het geval dan volgt de keuring.

Werknemers die minder dan 35% (voorheen 15%) arbeidsongeschikt zijn, moeten zoveel mogelijk in dienst bij de werkgever blijven. De WGA en IVA zijn niet van toepassing. Indien een werknemer niet meer dan 20% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en niet meer beter wordt of de kans daarop dan is deze volledig arbeidsongeschikt verklaart. Deze werknemer heeft dan recht tot zijn 65e op een IVA-uitkering. De uitkering is 70% van het laatstverdiende loon.

Is de werknemer minder dan 65% arbeidsongeschikt, dan is hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt en heeft hij in principe recht op een WGA-uitkering. De WGA-uitkering is gebaseerd op het laatstverdiende loon. Hierbij geldt wel een maximum dagloon. Iemand die werkt krijgt dus een uitkering van 70% van het verschil tussen zijn oude en het nieuwe (lagere) loon.

Er geldt een subsidieregeling voor de WGA:
Premiekortingsregeling bij gedeeltelijk arbeidsongeschikten wanneer werkgever werknemer, in dienst houdt voor maximaal 12 maanden / 13 tijdvakken of in dienst neemt maximaal 36 maanden/39 tijdvakken.
Een subsidie op de extrakosten (meerkosten).

Sinds 1 juli 2005 moet er voor bedrijven met meer dan 15 werknemers in dienst een preventiemedewerker worden aangewezen. Voor bedrijven met minder dan 15 werknemers, mag de eigenaar dit zelf doen. Het is niet verplicht om een cursus voor preventiemedewerker te volgen. Wel bent u verplicht om over een risico & inventarisatie en evaluatie plan te beschikken.

oktober 2005

Eerstedagsmelding.

In de loop van 2006 zal deze regeling waarschijnlijk in gaan, een werknemer moet dan eerst aangemeld zijn bij de belastingdienst voordat de hij/zij aan het werk mag gaan. Het aantal gegevens dat u bij de eerstedagsmelding zou moeten gaan aanleveren zullen de volgende zijn:
Bedrijfsnaam
Naam van de werknemer,
Sofi-nummer
Datum van indiensttreding.

Er is een uitzondering om niet te hoeven voldoen aan de eerstedagsmelding namelijk als de dienstbetrekking wordt aangegaan op dezelfde dag als waarop de werkzaamheden aanvangen. U moet dan wel de melding doen voor aanvang van de werkzaamheden. Dit kan dus ook een zaterdag of zondag zijn.

De belastingdienst zal ter plaatse komen controleren of een werknemer is aangemeld. Als er geen eerstedagsmelding is gedaan wordt er van uitgegaan dat de werknemer al langer in dienst is bij die werkgever. Een werkgever kan dus niet beweren dat een werknemer pas op de dag van de controle bij hem is begonnen met werken. Tijdens de controle moet er ten alle tijde een kopie van een geldig legitimatiebewijs (bij indiensttreding) van werknemer aanwezig zijn samen met een ingevulde loonbelastingverklaring. Er kan een naheffingsaanslag en een boete worden opgelegd.

oktober 2005

Loonaangifte 2006.

Zoals iedereen inmiddels heeft kunnen vernemen wordt er ook het een en ander gewijzigd in de loonbelastingaangifte. In eerste instantie gaat de loonbelastingaangifte per 1 januari 2006 loonaangifte heten. Verder wordt er één loonbegrip gebruikt, één aangiftesysteem, loonheffing en premies werknemersverzekeringen worden via de aangifte in één keer aangegeven en er is één polisadministratie. De taak van de UWV, premieheffen, -inning en controle werknemersverzekering gaat over naar de belastingdienst. De afdracht premies en loonheffing gaat voortaan maandelijks/ 4- wekelijks en electronisch moet er worden aangegeven. De aangiftetermijn blijft ongewijzigd, uiterlijk binnen een maand na afloop van een aangiftetijdvak, aangifte en afdracht voldoen. Echter is het aan te raden om de aangifte tussen de 1e en de 14e de aangifte te verzenden, na de 15e en tot de 25e verstuurd de belastingdienst namelijk een melding van onjuiste werknemersgegevens. U ontvangt ook bericht als de aangifte correct is. Tussen de 25e tot de laatste dag van de maand moet de juiste aangifte en betaling binnen zijn.
Let er ook op dat wanneer u een werknemer een voorschot geeft, die ook in die maand verloont moet worden en niet in de maand waar het voorschot betrekking op heeft. Dit geldt ook voor overwerkuren.

Vanaf 2006 wordt ook het boetregime hoger. Boetes zitten ongeveer tussen de € 1.134 ten € 4.537.

oktober 2005

Kilometervergoeding.

Het is mogelijk dat de onbelaste kilometervergoeding voor werknemers per 1 januari 2006 omhoog gaat van € 0,18 naar € 0,19.

oktober 2005

Wet kinderopvang.

Met ingang van 1 januari 2005 komt er een nieuwe wet voor kinderopvang. Uitgangspunt van de Wet kinderopvang is dat het Rijk, werkgevers en werknemers ieder een deel van de kosten van de kinderopvang voor hun rekening nemen.

Steeds meer ouders kiezen voor werken en een gezin. Daarom maken steeds meer ouders gebruik van kinderopvang.

De nieuwe wet richt zich vooral op de kwaliteit en financiering van de kinderopvang. Zo zijn kindercentra en gastouderbureaus verplicht zich te laten registreren bij de gemeenten. De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit. Als een kindercentra of gastouderbureau voldoet aan alle eisen, wordt het geregistreerd in een register bij de gemeente. Centra’s die nu al een vergunning hebben zijn met ingang van de Wet Kinderopvang automatisch geregistreerd.
Let op, deze registratie is voor u zeer van belang. Indien uw kindercentra of gastouderbureau niet in het register voorkomt, heeft u geen recht op tegemoetkoming van het Rijk. Tevens kan uw werkgever ook om een bewijs van registratie aan u vragen.

Hoogte werkgeversbijdrage
Veronderstelt wordt dat werkgevers van beide ouders (indien van toepassing) elk een zesde deel kinderopvang vergoeden, dus samen een derde van de totale kosten.
Let wel op, de werkgeversbijdrage is niet wettelijk verplicht.
Indien één van de werkgevers geen bijdrage of minder dan een zesde deel vergoedt, dan mag de betalende werkgever tot maximaal in totaal een derde belastingvrij aanvullend vergoeden.
Mocht het zo zijn dat beide werkgevers samen minder dan een derde deel vergoeden, dan springt de overheid bij. In 2005 en 2006 zal het Rijk dit voor vrijwel alle inkomens doen.
Na 2006 wordt deze regeling in stappen afgebouwd. Vanaf 2009 komen alleen ouders met een jaarinkomen van minder dan € 45.000,- nog voor de extra compensatie in aanmerking.

Deze compensatieregeling geldt ook voor zelfstandige ondernemers. Zij hebben immers geen werkgever en lopen per definitie de werkgeversbijdrage mis.

Hoogte tegemoetkoming
De tegemoetkoming van het Rijk is een percentage van de opvangkosten die u maakt. Dit percentage is wederom afhankelijk van uw inkomen. Hoe lager uw inkomen hoe hoger de overheidsbijdrage. Ook het aantal kinderen speelt een rol in de tegemoetkoming.
Vanaf het tweede kind wordt de tegemoetkoming hoger, en ook de kosten voor opvang bepalen mede de hoogte van de tegemoetkoming.
Vanaf 15 september 2004 kunt u vanaf de internetsite van de belastingdienst het aanvraagprogramma downloaden. Dit programma berekent de hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk.

Overgangsregeling subsidieplaatsen
Ouders die nu een subsidieplaats hebben en waarvan de werkgevers samen minder dan een derde van de opvangkosten vergoeden, zijn met de invoering van de Wet kinderopvang duurder uit. Om het verschil tussen de nieuwe en de oude regeling te overbruggen compenseert het Rijk in 2005 90%, in 2006 60% en in 2007 30% van het verschil. Deze aanvulling is afhankelijk van het verschil tussen het bedrag dat u in 2004 zelf heeft betaald en wat u in 2005 zou moeten betalen.
In de huidige wetgeving wordt bij subsidieplaatsen het grootste deel door de gemeente betaald en niet door werkgevers.

Vanaf 15 september 2004 kunnen ouders de tegemoetkoming van het Rijk voor 2005 aanvragen. Hierbij dient te worden aangegeven wat de hoogte is van de werkgeversbijdrage voor dat jaar.
Om ingaande januari 2005 een tegemoetkoming van het Rijk te kunnen ontvangen, moeten ouders tijdig hun aanvraag bij het Rijk indienen. Deze aanvraag moet uiterlijk voor 30 november 2004 bij de Belastingdienst binnen zijn. Voordat de aanvraag ingediend kan worden, is het verstandig om als werknemer het contract afgesloten te hebben met een kinderopvang en te weten wat de tarieven voor 2005 zijn. Dit om ook vast te kunnen stellen wat de bijdrage van de werkgever kan zijn. De werkgever moet niet vergeten om een eventueel afgesloten contracten tijdig te beëindigen.

Waarmee moet u als werkgever rekening houden
de afdrachtvermindering kinderopvang vervalt
de extra tegemoetkoming geldt ook voor zelfstandige ondernemers, zij missen per definitie een
werkgeversbijdrage, omdat ze geen werkgever hebben. Het rijk compenseert dit inkomensafhankelijk

januari 2005

 
naar bovenkant pagina